Bedevaart naar Kevelaer 2009

Bedevaart vanuit Roosendaal en omstreken

Woensdag 19 en donderdag 20 augustus vindt weer de jaarlijkse bedevaart plaats vanuit Roosendaal naar Kevelaer. Men kan allebei de dagen gaan, of alleen op donderdag. In beide gevallen kost de reis € 25,-. Wie voor twee dagen gaat, moet natuurlijk ook zorgen voor logies in Kevelaer (daar kunt u overigens hulp bij krijgen).
Informatie en opgeven: c.vandeneijnden@home.nl.

Doel bedevaart
Kevelaer is een Maria-bedevaartsoord, maar toch is er nooit een verschijning van Maria geweest, zoals in Lourdes, Fatima en nog een aantal andere plaatsen. Het doel van de bedevaart is een klein prentje, dat bewaard wordt in de Genadekapel, een mooi zeshoekig gebouwtje.
Het prentje is een kopergravure van Onze Lieve Vrouw van Luxemburg, Troosteres derBedroefden, gedrukt op papier in Antwerpen in 1640.  Het is ongeveer 7,5 bij 11 cm. Eigenlijk is het  maar een klein en onaanzienlijk plaatje, maar toch komen jaarlijks bijna een miljoen mensen naar Kevelaer. Wat is het verhaal hierachter?

Geschiedenis
Rond 1640 loopt de Tachtigjarige Oorlog loopt  zijn eind. Kevelaer lag toen op de grens van Gelderland met Kleef. Terwijl de rest van Gelderland in Noord-Nederland zich heeft vrijgevochten, zijn in Kevelaer de Spanjaarden nog de baas. Kleef hoort bij het Duitse keizerrijk, maar daar woedt de Dertigjarige Oorlog: de protestantse vorsten, geholpen door Frankrijk en Zweden, zijn in opstand tegen de katholieke keizer, die gesteund wordt door Spanje. Het is een vreselijke oorlog. Bij het begin ervan wonen er in de Duitse gebieden 17 miljoen mensen, aan het eind nog 10 miljoen.
In Kevelaer en omstreken komen beide oorlogen samen. Tussen 1640 en 1643 worden er verschillende veldslagen geleverd. Bovendien trekken de troepen rovend, moordend en plunderend door de dorpen.

Hendrick Busman is een marskramer die met zijn waren heen en weer trekt tussen de steden Geldern en Weeze. Daarbij moet hij over de heide bij het gehucht Kevelaer. Bij een kruispunt van wegen daar staat een hagelkruis, waar Hendrick altijd even bidt. In 1641 hoort hij daar de stem van Maria, die hem vraagt op die plaats een kapelletje te bouwen. Nog twee keer hoort hij die stem, en hij bouwt een heel eenvoudig kapelletje, met daarin het prentje dat zijn vrouw van een uit gevangenschap vrijgelaten soldaat had gekocht.
Het kapelletje was waarschijnlijk niet meer dan een paal waarop een kastje stond met het prentje erin. Al in 1642 komen er mensen naar toe. Immers, er zijn in de buurt maar genoeg mensen die iets verdrietigs hebben meegemaakt. Zo werden in Kevelaer in 1635 een honderdtal mensen vermoord door Kroatische soldaten. Al snel komen er ook berichten van genezingen dank zij een bede-vaart naar Kevelaer. Reden om ook een bedevaartskerk te bouwen. Deze staat er nog steeds: het is de huidige Kaarsenkapel.
In 1654 wordt de Genadekapel om het een-voudige kapelletje van Busman gebouwd, naar voorbeeld van de bedevaartskerk van Scherpenheuvel in België.

Bij de vrede van 1648 blijft Kevelaer Spaans en later valt het onder Pruisen. In Nederland mag je tot 1795 geen katholieke diensten houden: velen uit de grensstreek gaan alleen al daarom naar Kevelaer, waar dat wel mag.
Intussen groeit het aantal bedevaartgangers nog steeds, en er wordt een grotere bedevaartskerk gebouwd  van 1858 - 1864: de Maria-basiliek.
Momenteel wordt het aantal bedevaartgangers geschat op bijna een miljoen per jaar. Eerst ging men te voet of met paard en kar, later kwamen daar de trein en de bus bij. Ook gaat men per fiets (b.v. Tilburg), per motor (inclusief zegening) en zelfs per kano.

Bedevaarten
Kevelaer wordt voornamelijk bezocht door pelgrims uit Nederland, België, Luxemburg en de aan-grenzende Duitse gebieden: het Rijnland en Westfalen. Vaak gebeurt dit al eeuwenlang elk jaar, en wordt het georganiseerd door zogenaamde broederschappen. In Roosendaal bestaat de bedevaart sinds 1904. Maar omdat er tijdens de wereldoorlogen geen tochten gemaakt werden, zijn we dit jaar, 2009, toe aan de 93ste. Eerst ging men per trein, tegenwoordig per bus. We hebben twee mogelijkheden: de tweedaagse bedevaart, die een wat uitgebreider programma heeft, met ‘s avonds ook een lichtprocessie samen met de bedevaart uit Zwolle. De dag daarop sluit de ééndaagse bedevaart aan. Dit jaar wordt de bedevaart gehouden op woensdag 19 en donderdag 20 augustus. Al jarenlang gaat ook het (voormalige) koor van de H. Hartkerk mee ter opluistering van de diensten.

Over het genadeprentje
Het verhaal begint in het huidige België. Op een scherpe (=steile) heuvel, 3 km buiten Zichem, stond een eikenboom die als heilig vereerd werd. Er werd een mariabeeldje in gehangen, en later werd er een kapelletje gebouwd. Dat deed het aantal pelgrims enorm toenemen. Onder de aartshertogen Albrecht en Isabella, die namens de koning van Spanje regeerden, werd een  grote bedevaartskerk gebouwd, mede als dank voor het verdrijven van de protestantse troepen uit Zuid-Nederland. De eik werd omgehakt, en uit het hout werden diverse mariabeeldjes gesneden, naar voorbeeld van het beeld in Scherpenheuvel.  Een van die beeldjes werd geschonken aan de stad Luxemburg. Daar werd dit het middelpunt van bedevaarten en kreeg het de eretitel: consolatrix afflictorum. Meestal wordt dit vertaald met Troosteres der bedroefden of bedrukten, maar eigenlijk betekent afflictorum: zij die geestelijk of lichamelijk lijden.

Zoals er nu duizenden afbeeldingen zijn van OLV van Lourdes, werden er toen ook afbeeldingen gemaakt van Maria van Luxemburg. In 1640 werd er in Antwerpen een serie afgedrukt van een kopergravure. Daarbij kreeg het de typerende wijde mantel, die symbolisch bescherming biedt aan wie bij haar hulp zoeken. (Zo’n afbeelding noemt men een Mantelmadonna).
In 1642 bieden twee soldaten aan Mechel Schrouse, de vrouw van Hendrick Busman, zo’n prentje te koop aan. Zij vindt het echter te duur. Met Pinksteren droomt ze dat in het kapelletje van haar man een prentje te zien is van Maria van Luxemburg. Zij gaat alsnog op zoek en koopt het prentje.
Haar man plakt het op een plankje en zet het in zijn kapelletje. Later wordt er een vergulde zilveren lijst omheen gemaakt. Tegenwoordig wordt het extra beschermd door kogelvrij glas. Het is dus niet toevallig dat de genadekapel in Kevelaer gebouwd is naar het voorbeeld van de basiliek van Scherpenheuvel.
Het plaatje ziet er nog redelijk uit voor zijn leeftijd. Het is wat vergeeld door de tijd en gevlekt, waarschijnlijk door het lijmen. Ook is het drie keer voor alle zekerheid begraven geweest: voor de inval van de Fransen in 1792, na de eerste wereldoorlog in 1918 vanwege de bezetting van het Rijnland en tijdens de tweede wereldoorlog.


Home
Laatste wijziging: 18 juni 2009